Historie Heldense molen

Meule_op_den_Drees_02.png

In het begin van de 19e eeuw had Louis van de Mortel te Helden een windmolen in Panningen en een in Helden. Louis van de Mortel bezat de molen van Helden reeds in 1827, terwijl de molen van Panningen mogelijk toen in bezit was van J.G.H. Scheyven of omgekeerd. Een familielid, eveneens Louis van de Mortel genaamd, kreeg de molen bij deling in 1853 toegewezen; zijn erfgenamen lieten de molen in 1874 openbaar verkopen. De standaardmolen werd daarbij toegewezen aan Arnold Lodewijk van de Mortel. Hij was aanvankelijk herbergier van beroep in Helden, maar nadat hij eigenaar was geworden werd hij molenaar en landbouwer. In 1880 verkocht hij de molen voor 2700 gulden aan Jan Mathijs Janssen, molenaar in  Sevenum.

Janssen, die toen de molen en een perceel heide in Helden bezat, liet om niet nader genoemde redenen de molen in 1883 afbreken en herbouwen. Reeds kort daarna - in 1886 - liet Janssen de molen, die aan de zuid-westzijde van het dorp stond, met het erf door notaris Haffmans te Helden openbaar verkopen. Hij werd daarbij voor 2500 gulden toegewezen aan de hoogst biedenden: voor een helft aan de Gebr. Mathijs en Antoon Verlinden, landbouwers in Helden, en voor de andere helft aan Jacob Derckx, landbouwer in Buggenum. Janssen leed daarbij binnen enige jaren een verlies van 200 gulden, de afbraak- en herbouwkosten niet meegerekend, hetgeen in die tijd een grote som geld was. Bij een boedelscheiding in 1910 werd de wethouder Mathijs Verlinden te Helden eigenaar. De molen werd bemalen door Andries Verlinden, die voor 1/4 deel mede-eigenaar was.
Helden_advertentie_Molenaar_11_4_1934.pngBij de molen, die geheel vrij in de wind stond, werd in 1912 een maalderij gebouwd, waarin een motor met maalstoel (electrisch aangedreven molenstenen) werd geplaatst. In de jaren 1913 en 1919 werd de maalderij verder uitgebreid. Drie jaar later (1922) werden Wilhelmus Verlinden, die eveneens molenaar was, en zijn zusters Petronella en Anna elk voor 1/4 deel mede-eigenaar. Sindsdien werd hij de molen van de kinderen Verlinden genoemd, later van de Gebr. Verlinden. In 1933 werd het bedrijf nog met een pakhuis uitgebreid. De afbraak van de molen vond volgens de inventarisatie van het Heldensgemeente-archief in 1933 plaats; de kadastrale legger vermeld de sloping in 1937, daarna wordt hij niet meer genoemd. In het vakblad "De Molenaar" van 11 april 1934 plaatsten de Gebr. Verlinden een advertentie waarin de standaardmolen voor afbraak te koop wordt aangeboden. De roeden blijken nog nieuw te zijn, de trap van pitch-pine nog in goede staat, de galerij nieuw; de balken, zeilen, een azijnhouten gang kammen en verdere onderdelen in prima staat.

MeuleDreesen HeldenDe standaardmolen was van het gesloten type. Zowel de voet als de paraplu hadden een achtkante vorm. Kap en paraplu waren gedekt met geteerd asfaltpapier; het stormeind of de borst met gepotdekselde planken in visgraatverband. Op de molen lagen twee koppels 17-er kunststenen. De ijzeren roeden had een lengte van 25,5 meter en was Oud-hollands opgehekt. Opmerkelijk was de wafelvorm van het hekwerk tot dichtbij de molenas was aangebracht.
 

 

Bronnen:
- Mondelinge mededeling Crit Peeters
- De Molens van Limburg, P.W.E.A. van Bussel