In het kader van het jaar van het Immaterieel Erfgoed en het thema van de Nationale Molendag 2012 hierbij verhalen over de molens in onze regio (Midden- en Nood-Limburg). Gedurende het jaar zullen meer verhalen verschijnen:

jacobs 1936-2

Molens domineren al eeuwen het Limburgse landschap. Vooral vanaf de 19e eeuw steeg het aantal windmolens gestaag in stad en dorp. Elk dorp had er wel twee in de 19e eeuw. Zo was het ook in Kessel.
De oude windmolen stond aan de Baarloseweg/Schijfweg noord. Deze molen, die bekend staat als de molen van Jacobs, heeft hier tot november 1944 gestaan. De molen werd door brand verwoest.
De huidige molen van Kessel is in 1978 naar Kessel gekomen en heeft, in tegenstelling tot de molen van Jacobs, de Duitse beschietingen vanaf de overzijde van de Maas wel overleefd.

Baken

Buiten de functie in de voedselvoorziening waren molens merkante verschijningen in het landschap. Van verre is een molen in het silhouet van een dorp te herkennen, samen met het kasteel en de kerk. 

Ze werden daarom ook vaak gebruikt als baken door reizigers en als herkenningspunten voor passanten. Met het verdwijnen van de molens in de Tweede Wereldoorlog verdwenen ook deze bakens en herkenningspunten. Gelukkig is in Kessel nog één molen bewaard gebleven en is ook het Kasteel weer een herkenningspunt langs de Maas.

Ontmoetingsplaats

Het glazen Album   Kessel a

Molens, of het nou wind- of watermolens betreft, waren ontmoetingsplaatsen door alle eeuwen heen. Mensen kwamen er elkaar tegen en die gelegenheid werd niet ongebruikt gelaten om de laatste nieuwtjes en gebeurtenissen uit te wisselen. 

Berichtgeving

De wieken van de molen werden gebruikt voor het doorgeven van berichten. Uitingen van vreugde en rouw, maar ook seinen van gevaar en onraad in oorlogstijd. De molen van Jacobs rechts op de foto staat hier in de vreugde-stand tijdens de kermis van 1935. In die tijd was kermis een groot feest.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er in het geheim gemalen op de molen van Gastreich (St Anthoniusmolen). Dit werd bij voorkeur 's nachts gedaan. De wieken werden dan daags ervoor in een van te voren afgesproken stand gezet, zodat de boeren konden zien dat er die nacht gemalen ging worden.

Standerdmolen

geschiedenis picture2De molen zelf is als verschijningsvorm uniek voor de streek. De enige standerdmolen die Noord-Limburg nog rijk is staat in Kessel. En deze verschijningsvorm, het type standerdmolen, is zo karakteristiek voor deze streek. Lang bleven deze molens hier bewaard en werden ze zelfs steeds verder technisch verbeterd. De Kesselse molen is wat dat betreft een mooi voorbeeld van een 'moderne' standerdmolen. De molen is niet voor niets als voorbeeldmolen gebruikt in het boek 'De Standerdmolen' van de schrijvers Jan Schiers, Dick Zweers en Erik Tijman. De standerdmolen is daarmee een icoon voor onze streek!

Inscripties

Standerdmolens staan er bekend om. Inscripties overal. Op veel balken en planken, die al eeuwen de tands des tijds hebben doorstaan, zijn de initialen van vroegere mulders te vinden.

Blijkbaar vonden de vroegere mulders en/of hun knechten het interessant om hun innitialen achter te laten in de balken van de molen. Hoe dan ook, wij, anno nu, vinden het ook interessant! De fysieke waarneming van de inscripties is al eerder hier op de website besproken en hier te kekijken. In het kader van immaterieel erfgoed is het interessant om eens te kijken wie de mensen achter de initialen zijn. Welk verhaal vertellen de initialen ons?

Sinds 1878 staat de molen in Kessel. Veel inscripties dateren echter van vóór die tijd. Uit de Meyelse tijd dus. Handig dat men vroeger er ook een jaartal bij zette! Daarvoor hebben we ons in verbinding gesteld met deskundigen in Meyel, daar waar al in 1463 vermelding van de molen wordt gemaakt.

Zo zien we hier op de trap in de molen drie initialen staan.

A v S

E. Kivits
1830

TP

De letters 'A.v.S.' komen we meer in de molen tegen. Bijvoorbeeld heel prominent op de scheiplank in de maalbak. Wie het precies is, moeten we nog afwachten tot de gegevens uit Meyel ons bereiken.

E. Kivits is nog veel actiever geweest met de beitel. Op heel veel balken komt deze naam terug of zijn initialen E.K.. Steeds met het jaartal 1829 of 1830 erbij. Wie het is, is ons op dit moment nog niet bekend.

Meer bekend zijn de onderste letters. 'TP' moet slaan op Theodoor Pennings. Degene die de molen naar Kessel haalde. Hij woonde destijds aan het huis aan de rijksweg dat nu café de Viersprong is.

molen

 

Duidelijker is deze inscriptie van Theodoor Pennings. Hier staat in de rechter steenlijst van de molen 'TH. PEN.'. Met dat verschil dat de laatste 'N' in het spiegelbeeld staat.

 

 

 

molen2

 Hier zien we een stuk van de standerd of staak. De grote staander waar de hele molen op rust. De initialen WM zijn ons nog niet bekend. Het jaartal dat erbij staat, 1978, klinkt wel bekend in de oren. Dat is namelijk het jaartal dat de molen in Kessel is herbouwd. Het zal dus met de overplaatsing van Meijel naar Kessel te maken hebben.

De andere naam 'GVDB' met het jaartal 1881 is ook nog giswerk.

Zo is er op het gebied van immaterieel erfgoed nog veel werk aan de winkel in de Kesselse molen. Zo kan er een beter beeld ontstaan van de geschiedenis van de Kesselse molen en hoe de mensen vroeger met de molen hebben gewerkt. Dat is het uitzoeken waard om te voorkomen dat molens in de toekomst louter nog decorstukken zijn...

 

 

 

 


 

Vaktaal

28052011559.jpgEen onderdeel van immaterieel efgoed is de taal of vaktaal die de mulders op de molen spraken. In Limburg waar sowieso al een eigen streektaal gebezigd wordt is dit nog extra afwijkend. Door de standarisering die er, hoewel onbedoeld, door het opleiden van vrijwillige molenaars is ingeslopen, zijn de streekeigen woorden en manieren van communiseren bijna geheel verdwenen.

thermeologie

De mulders spraken een eigen vaktaal, net zoals dat met veel beroepen het geval is. Zo spreekt een mulder niet van wieken, maar van einden. Deze benaming is een afkorting van roeden-einden. De roeden zijn twee lange balken die door de as gestoken zijn. De twee einden van een roe zijn de wieken. Zo heeft een molen dus twee roeden en vier einden.

De snelheid van de molen wordt door de mulders uitgedrukt in 'einden per minuut'. Hiervoor telt de mulder het aantal wieken dat er per minuut voorbij komt. Daar ontwikkelt men een oog voor. De ervaren mulder heeft in één oogopslag gezien hoe hard de molen loopt. Zo loopt de Kesselse molen bij voldoende wind tussen de 60 en 80 einden. Dat is dus elke seconde één wiek! Bij normale wind is de molen 'rondj in de toep' opgezeild en dat blijft zo totdat de molen te hard gaat lopen. Dan worden de zeilen geminderd.

PICT3906.JPGZeilvoeringen:
  • rond in de toep
  • rondj op 'n köärtje (op 'n körtje)
  • Rondj half
  • rondj op sjtorm

De halve zeilen zijn weer op te delen in half of slap half, net hoe ver het zeil wordt ingedraaid.
In de bovengenoemde zeilvoeringen zijn alle wieken van dezelfde zeilbedekking voorzien. Het kan echter ook anders:

  • Twieë in de toep
  • Twieë op 'n köärtje
  • Twieë half
  • Twieë op sjtorm

Ook hier zijn weer variaties in de maken:

  • Twieë in de toep en twië half
  • Twieë op 'n köärtje en twieë op sjtorm
  • enz.

Op deze manier is de snelheid van de molen te sturen. Als de mulder de hoeveelheid zeil terug brengt heet dat ' korten'.

  • korten

Een andere manier is de manier waarop de molen in de wind staat. Tegenwoordig vaak krimpen en ruimend genoemd. Maar onze vak-voorouders spraken van:

  • Windj veurin
  • Windj achterin

Met 'veurin'  werd de krimpende wind bedoeld. Dus als de wind krimpt spreekt de mulder: "De windj geit veurin". 'Achterin' is daarmee dus ook verklaard. Hiermee werd de ruimde wind bedoeld. Voor alle duidelijkheid, de ruimende wind is een wind die rechtsom uit het wiekenkruis draait. krimpende wind gaat linsom.

De praam
  • IMG_2047.JPGDe praam
  • Eine praamsjlaag

De molen wordt stilgezet met de vang en het stil zetten van de molen heet vangen. Zo staat te lezen in de basiscursus voor Vrijwillige Molenaars. Maar wat zei de Limburgse mulder? Die zette de molen stil met de praam en als de molen stil moest worden gezet dat 'hield hij hem aan'. Als de molen was 'aangehouden' en het wiekenkruis moest nog net een stukje vooruit dan gaf de mulder nog één of twee keer "Eine praamsjlaag" om de molen in de gewenste stand te verkrijgen.

Vruchten

De Limburgse molens zijn vrijwel allemaal korenmolens. Deze molens maalden 'vruchten'.

  • vruchten

Het graan dat de boeren van het land oogsten werden naar de molen gebracht om gemalen te worden. Als er in het najaar het eerste nieuwe graan op de molens kwam sprak de mulder 'veur hubbe nuuje vruchte oppe meule'.

Moderne tijd

Thermeologie in de molenwereld is voortdurend aan veranderingen onderhevig geweest. In de laatste decenia, als er vrijwel louter vrijwillige molenaars nog bestaan, is de vaktaal van de Limburgse mulders sterk 'verhollandst'. Door de landelijk gestructureerde opleidingen doen woorden hun intrede die volstrekt vreemd zijn in de Limburgse molenwereld. Ook zijn de dialect sprekende molenbediende niet in staat ook de dialect woorden te gebruiken. De Limburgse muldersvaktaal dreigt daarmee verloren te gaan. Dit wordt nog eens versterkt door een structureel te kort aan jeugdige aanwas in het Limburgse molenaarswereldje.

 


 

Ongelukken op de molen

Bedrijfsongevallen zijn dramatische gebeurtenissen. Net als tegenwoordig kwamen die vroeger ook voor. Wie in de archieven gaat duiken komt daar vanalles van tegen. Zo ook in Kessel.

Bliksem

krant01.pngIn 1905 wordt de molen van Jacobs getroffen door de bliksem. De molen stond aan de kruising Baarloseweg-schijfweg-noord. Deze in 1944 verbrandde molen was in 1905 in eigendom bij Anna van Wylick, echtgenote van Eugéne Haffmans. Deze naam wordt in het hiernaast gepubliceerde krantenartikel foutief afgedrukt.

Granaat

Uit verhalen die ons ter oren zijn gekomen, van Kesselse mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de molen woonde, is een voorval met een Duitse granaat bekend. In november 1944 werd de westoever van de Limburgse Maas bevrijdt van de Duitse bezetters. De oostoever bleef echter tot mei 1945 bezet gebied. Doordat de Maas frontlinie geworden was, werd er met granaatvuur geschoten. De molen was een hoog punt vanwaar men de overzijde van de Maas in de gaten kon houden. Dit hadden de Engelsen en Schotten zich ook bedacht toen ze Kessel bevrijdt hadden. Het kasteel en de kerktoren konden niet meer gebruikt worden voor dergelijke doeleinden, daar Duitse Springcommando's deze hadden hadden opgeblazen. Nu schijnt een Duitse granaat, afgeschoten vanuit Beesel, precies door een kijkgat de molen in te zijn gevlogen en daar een onbekend aantal slachtoffers te hebben gemaakt. Wij zoeken nog naar mensen die dit verhaal kunnen bevestigen en/of er meer over kunnen vertellen.

krant02.pngBrand

In 1891 ontsnapt de huidige Kesselse molen aan de vuurdood. Zo is hier te lezen uit een krantenknipsel gevonden in het archief van de Molenstichting Limburg.

Nieuws

Een plaats waar mensen elkaar troffen was de molen. Het is daarom bekend dat het op de molen wel eens een drukte kon zijn van mensen die het laatste dorpsnieuws uitwisselden als ze hun meel gingen ophalen op de molen. De dorpsmulder was over het algemeen van de meest smeuige verhalen op de hoogte!

Paard loopt achteruit

paarden_kesse2l.jpgHet laden en lossen van graan en meel gebeurt bij de standerdmolen onder de staart. Tracktor of eerder paard en wagen moesten zich onder de trap van de molen positioneren. Paarden die vroeger dit werk moesten doen waren over het algemeen wel gewend aan een draaiende molen. Toch gebeurde het in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog dat een paard onrustig werd en zich achteruit begon te verplaatsen. De betreffende boer had zich bij de mulder boven in de molen gevoegd om de laatste dorps nieuwtjes uit te wisselen toen ineens een luide knal de hele molen deed beven. Het paard was dermate ver achteruit gelopen dat de kar door een der wieken werd getroffen. De komende wiek had de kar weer naar voren geslagen waardoor het paard op zijn knieën was komen te liggen.

 

 


 

Wiekstanden

Dat de molen seinen kan met zijn wieken dat is inmiddels wel alom bekend. Zie hierover ook onze Wiekstandenpagina. De oorsprong van deze wiekstanden is echter niet altijd nog bekend.

Sowieso zijn de standen van het wiekenkruis streekgebonden gebruiken. Bekend is dat in Zuidoost Nederland deze afwijken van wat boven de grote rivieren gebruikelijk is. Ook al zijn deze 'Hollandse' gebruiken door vele publicaties ook elders in den lande voor waar aangenomen, ze gelden voor Limburg beslist niet. Dit had wel als gevolg dat de streekeigen gebruiken vertroebeld zijn geraakt.

Het_glazen_Album___Kessel_a.jpgDe vreugde stand zoals in Limburg gebruikelijk was is de overhoekstand. Deze wordt tegenwoordig, op enkele uitzonderingen na, vrijwel niet meer toegepast helaas. De overhoekstand werd in vroegere dagen gezien als de meest veilige wiekstand bij langere afwezigheid. Vandaar dat deze stand ook als lange rust in gebruik was. De molen was dan minder hoog en dit werd voornaam geacht met het oog op blikseminslag. In de tijden van houten roeden was deze stand een must in verband met het doorbuigen en de afwatering van de roeden. Ook konden aan houten roeden geen kettingen of touwen worden gebruikt, dus was deze stand ideaal.
Bij feestelijke gelegenheden werden de zeilen wel gevlochten en werden vlaggen of, in tijden van crisis, berkentakken in de einden gestoken. In veel dorpen stonden de molen tijdens kermis zo, zoals hier de Kesselse molen van Jacobs (verdwenen) tijdens de kermis van 1935.

PICT4590.JPGDe bilstand komt voort uit het steen openbreken. Dit gebeurde eertijds op de standerdmolen met een steenreep die de loper middels de molenas omkantelde. Men gebruikte dus de kracht van de molen. Als de steen ver genoeg omhoog was gebracht door de molen bleef het wiekenkruis in de bilstand staan. De gaande stand wordt zeer lokaal in Oostelijk Noord-Brabant als geboortevreugd gebruikt. Waarschijnlijk is dit een moderne interpretatie of het gevolg van vertroebeling met de Hollandse standen.

Wat precies ten grondslag ligt aan de (komende) rouwstand is ons niet bekend. Wel is het zo dat alle tegenwoordig in omloop zijnde ezelsbruggetjes niet het ontstaan van deze rouwstand verklaren, maar enkel een later verzonnen hulpmiddel zijn. In ieder geval is deze komende rouwstand ook in de wijde omgeving van Limburg algemeen (geweest). Tegenwoordig is de rouwstand uit medeleven vrijwel de enige wiekstand die nog gebruikt wordt.

300720111593b.jpg

Ten slotte is de rechtstand de meest gebruikte stand heden ten dage. Vroeger dus duidelijk minder toegepast omdat men de overhoekstand verkoos bij langere stilstand. In de tijde van enkel nog ijzeren roeden is deze stand ook geen probleem meer. Immers ijzeren roeden zakken niet door. De meeste molens staan nu dan ook altijd in de rechtstand. Wel is het aan te bevelen het kruis niet steeds met hetzelfde roede-eind beneden te zetten. Dit komt de levensduur van de roeden niet ten goede.

Jammer genoeg zijn wiekstanden in ongebruik geraakt. Feeststanden ziet men nog maar zelden in Limburg, of het moet een moderne uitspatting zijn zoals een gepavoiseerde molen tijdens een molendag. Zelfs niet als men met kerstmis of pasen door het Limburgse landschap rijdt. Vrijwel alle molens staan ook dan emotieloos in de rechtstand.