Vaktaal

28052011559.jpgEen onderdeel van immaterieel efgoed is de taal of vaktaal die de mulders op de molen spraken. In Limburg waar sowieso al een eigen streektaal gebezigd wordt is dit nog extra afwijkend. Door de standarisering die er, hoewel onbedoeld, door het opleiden van vrijwillige molenaars is ingeslopen, zijn de streekeigen woorden en manieren van communiseren bijna geheel verdwenen.

thermeologie

De mulders spraken een eigen vaktaal, net zoals dat met veel beroepen het geval is. Zo spreekt een mulder niet van wieken, maar van einden. Deze benaming is een afkorting van roeden-einden. De roeden zijn twee lange balken die door de as gestoken zijn. De twee einden van een roe zijn de wieken. Zo heeft een molen dus twee roeden en vier einden.

De snelheid van de molen wordt door de mulders uitgedrukt in 'einden per minuut'. Hiervoor telt de mulder het aantal wieken dat er per minuut voorbij komt. Daar ontwikkelt men een oog voor. De ervaren mulder heeft in één oogopslag gezien hoe hard de molen loopt. Zo loopt de Kesselse molen bij voldoende wind tussen de 60 en 80 einden. Dat is dus elke seconde één wiek! Bij normale wind is de molen 'rondj in de toep' opgezeild en dat blijft zo totdat de molen te hard gaat lopen. Dan worden de zeilen geminderd.

PICT3906.JPGZeilvoeringen:
  • rond in de toep
  • rondj op 'n köärtje (op 'n körtje)
  • Rondj half
  • rondj op sjtorm

De halve zeilen zijn weer op te delen in half of slap half, net hoe ver het zeil wordt ingedraaid.
In de bovengenoemde zeilvoeringen zijn alle wieken van dezelfde zeilbedekking voorzien. Het kan echter ook anders:

  • Twieë in de toep
  • Twieë op 'n köärtje
  • Twieë half
  • Twieë op sjtorm

Ook hier zijn weer variaties in de maken:

  • Twieë in de toep en twië half
  • Twieë op 'n köärtje en twieë op sjtorm
  • enz.

Op deze manier is de snelheid van de molen te sturen. Als de mulder de hoeveelheid zeil terug brengt heet dat ' korten'.

  • korten

Een andere manier is de manier waarop de molen in de wind staat. Tegenwoordig vaak krimpen en ruimend genoemd. Maar onze vak-voorouders spraken van:

  • Windj veurin
  • Windj achterin

Met 'veurin'  werd de krimpende wind bedoeld. Dus als de wind krimpt spreekt de mulder: "De windj geit veurin". 'Achterin' is daarmee dus ook verklaard. Hiermee werd de ruimde wind bedoeld. Voor alle duidelijkheid, de ruimende wind is een wind die rechtsom uit het wiekenkruis draait. krimpende wind gaat linsom.

De praam
  • IMG_2047.JPGDe praam
  • Eine praamsjlaag

De molen wordt stilgezet met de vang en het stil zetten van de molen heet vangen. Zo staat te lezen in de basiscursus voor Vrijwillige Molenaars. Maar wat zei de Limburgse mulder? Die zette de molen stil met de praam en als de molen stil moest worden gezet dat 'hield hij hem aan'. Als de molen was 'aangehouden' en het wiekenkruis moest nog net een stukje vooruit dan gaf de mulder nog één of twee keer "Eine praamsjlaag" om de molen in de gewenste stand te verkrijgen.

Vruchten

De Limburgse molens zijn vrijwel allemaal korenmolens. Deze molens maalden 'vruchten'.

  • vruchten

Het graan dat de boeren van het land oogsten werden naar de molen gebracht om gemalen te worden. Als er in het najaar het eerste nieuwe graan op de molens kwam sprak de mulder 'veur hubbe nuuje vruchte oppe meule'.

Moderne tijd

Thermeologie in de molenwereld is voortdurend aan veranderingen onderhevig geweest. In de laatste decenia, als er vrijwel louter vrijwillige molenaars nog bestaan, is de vaktaal van de Limburgse mulders sterk 'verhollandst'. Door de landelijk gestructureerde opleidingen doen woorden hun intrede die volstrekt vreemd zijn in de Limburgse molenwereld. Ook zijn de dialect sprekende molenbediende niet in staat ook de dialect woorden te gebruiken. De Limburgse muldersvaktaal dreigt daarmee verloren te gaan. Dit wordt nog eens versterkt door een structureel te kort aan jeugdige aanwas in het Limburgse molenaarswereldje.